REISVERSLAG (in Dutch)

Als je op het Internet surft en ‘Stalag 17A’ en ‘Stalag 17B’ intikt, vind je heel wat informatie terug, maar ik wilde toch ter plaatse gaan. Hieronder een beknopt reisverslag.

Het klopt dat er van Stalag 17B (Gneixendorf, Krems an der Donau) niet meer veel overblijft. Nabij het vliegveld staat een herinneringsplaat met daarop de vermelding dat er hier een krijgsgevangenkamp was. Daarna heb ik het veld overgestoken om mij een weg te banen in het bos dat eraan paalt. Je vindt er alleen nog fundamenten terug. Sommige betonnen constructies zijn diep en groot en je herkent er ook nog de bunkers en de steunmuren.

Daarna ben ik naar Stalag 17A (Kaisersteinbruch) gegaan en heb ik er kennisgemaakt met twee historici: Fabio en Ana-Maria. Zij staan in voor het museum en momenteel is er een tijdelijke expositie over Stalag 17A! Ik had het geluk om een persoonlijke rondleiding te krijgen. Zij slaagden erin, ondanks de historische en politieke context, om een mooie tentoonstelling over het krijgsgevangenkamp op poten te zetten. Doorheen de jaren combineerden ze zelfs Stalag met toneel en beeldhouwkunst! Stalag 17A was het grootste werkkamp aan het Oostfront. Hier zijn tienduizenden soldaten gepasseerd. Zij verrichten mooi werk én kunnen wat publiciteit gebruiken. Er is bijvoorbeeld ook een Europamuur waar elk betrokken land (behalve België!) ter nagedachtenis een tegel heeft. Nabij is er een kerkhof waar maar liefst 10 000 slachtoffers (!) begraven liggen in massagraven. Ik was onthutst over de slechte staat van het kerkhof én vraag me af of de families van de Belgische gesneuvelden überhaupt weten dat hun dierbare hier zijn laatste rustplaats heeft. Het ‘Zwarte Kruis’ staat in voor het onderhoud, maar ze hebben te veel werk. Ana-Maria maakt er een punt van om hier jaarlijks een kleinschalige herdenking te organiseren.

Mijn laatste halte was Zell am See en Kaprun. Een plaats waar maar liefst 1,5 miljoen krijgsgevangen instonden voor het aanleggen van kabelbanen (eerste werd dit stuk met de hand vrijgemaakt door in de bergen te kappen!) en de stuwdam dat nu een van de grootste energiekrachtcentrales van Oostenrijk is (Kaprun Hochgebirgstauseen).

Hieronder nog een paar opmerkingen:

Waarom is er ter plekke niet veel te vinden over Stalag 17A en 17B?

Ten eerste is er de historische context. Oostenrijk werd ingelijfd bij Duitsland waardoor er meer afstand genomen werd van Duitsland na de oorlog. Ten tweede werden ganse dorpen ontruimd door de Duitsers. Dit was het geval in Kaisersteinbruch wat ervoor zorgt dat getuigen schaars zijn. Ook spraken onze krijgsgevangen en de inwoners ter plaatste achteraf niet vaak over deze periode. We mogen ook niet vergeten dat na de bevrijding door de Russen heel wat Oostenrijkers zélf naar kampen gestuurd werden en in zeer slechte omstandigheden leefden. Tijdens de Balkanoorlog werd Stalag 17A in 1990 (!) opnieuw gebruikt. Dit zit bij de mensen nog vers in het geheugen en ik begrijp hun aarzeling over onderzoek naar deze pijnlijke periode in de Oostenrijkse geschiedenis. Ten slotte worden werkkampen als vanzelfsprekend beschouwd in oorlogsvoering. Als je het aantal krijgsgevangen kent, kan dit onderdeel van de oorlog echter niet als voetnoot in de geschiedenis beschouwd worden. Weinig openlijke steun door het traditionele conservatieve stadsbestuur speelt hier ook een rol. Ten slotte merkten inwoners ook op dat de grote bedrijven die destijds betrokken waren bij het tewerkstellen van krijgsgevangenen nu uitgegroeid zijn tot grote multinationals. Zij vermelden de krijgsgevangenen eventjes tijdens een rondleiding, maar openlijke verontschuldigingen blijven uit.

Enkele feiten op een rij:

Sinds de Eerste Wereldoorlog bestaat er een krijgsgevangenkamp in Kaisersteinbruch, bekend voor zijn efficiënte manier van ontluizen.

Kaiserstein is een zeer harde steen, bijna zo hard als marmer. Heel wat gebouwen (o.a. in Wenen) zijn uit deze steen vervaardigd.

Enkele getuigenissen op een rij:

Richardus Tack (1913-2015 Astene/Torhout): we moesten putten van 2×2 m en 2m diep graven. Daarna werden er elektriciteitspalen in de grond gestoken … we werden met pak, zak en geweer ontluisd, maar hadden daarna geen last meer van luizen … toen we met de soldaten even mochten gaan wandelen en ik vroeg welke bergen dat waren, antwoordden ze ‘de Alpen’.

(zijn persoonlijke getuigenis werd opgenomen)

René Baert (1914-1997 Torhout): Op het einde van de werkdag, we moesten wegen aanleggen, stonden mijn handen stokstijf van het werk en de koude temperaturen … We werden ook ’s nachts opgetrommeld om te kappen. Wegens de harde omstandigheden kon je de gekapte stenen in twee handen houden. Wie niet kapte, kon doodvriezen en werd afgevoerd op een draagberrie … We kregen één brood per week om te eten (zijn kinderen getuigen dat hij na een maaltijd het niet over zijn hart kon krijgen om etensresten weg te gooien) … Op een dag werd ik onwel en brachten ze me in een klein bakje via de kabellift naar beneden, ik was doodsbang.

(schaars vertelde anekdotes aan zijn familie)

Onbeantwoorde vragen na de reis:

Mijn grootvader werkte een tijdje voor de firma Kindl. Er zijn hierover geen gegevens beschikbaar. Mogelijke denkpistes: een firma in Tirol of Duitsland, mogelijks een elektronicabedrijf.

Het is me nog niet duidelijk hoe mijn grootvader naar Stalag 17B is gekomen: er is sprake van een koolschip dat op de Rijn voer. Drie schepen waren onderweg waarvan de eerste op een mijn liep en ontplofte, mijn grootvader, zijn broer Henri en Richard Tack zaten in de andere schepen. Waarschijnlijk werden ze daarna in Emmerik of Wesel op de trein richting Stalag 17B in Gneixendorf (Krems an der Donau) gezet.

Richard Tack spreekt van een inscheping in Walsoorden (Nederland). Ze kregen tijdens de reis geen eten en moesten hun behoefte ergens in een hoekje doen. Bij aankomst kregen ze twee worsten proviand om dan twee dagen te marcheren tot het eerste kamp (Stalag 17B).

Toevoeging 2018: het verhaal van de Rhenus 127 (ontplofte schip): http://users.telenet.be/jacqueline.gerniers/SITE%20II%202011/index_27.htm

Contactgegevens en contactpersonen

Zie bijlagen.

Tip

Contacteer het archief van het Legermuseum in Brussel. Het militair paspoort van de krijgsgevangene is hét startpunt van de zoektocht naar informatie.

Vaststellingen

De lokale historici krijgen geen volledige toegang tot alle informatie die ze wensen. In het geval van mijn grootvader weet ik nog steeds niet waar hij nu precies gewerkt heeft en hoe hij tot in Stalag 17A/B geraakt is. Bovendien sprak Richardus Tack over Salzburg terwijl er op zijn papieren hierover niets vermeld staat. Ik kan hem toch moeilijk een leugenaar noemen! De betekenis van de nummers (naast de plaats van tewerkstelling) in het militair paspoort moeten verduidelijkt worden en die informatie zit ergens in archieven wereldwijd verspreid van Washington tot Moskou. In Kaisersteinbruch is er zelfs een gerenoveerd werkkamp, maar Fabio en Ana-Maria krijgen geen toegang tot de site, want het is militair domein. Er moet dus ter plaatse nog het een en het ander uitgezocht worden.

Doelstellingen van dit project

Het spreekt voor zich dat het museum én de tijdelijke expositie énorm veel waardering in België en de andere betrokken landen verdient. Het zou ook mooi zijn, mocht België voor een herdenkingstegel aan de Europamuur in Kaisersteinbruch zorgen. Slechts 1.000 EUR is hiervoor nodig en eigenlijk wordt dit geld gebruikt om de beeldhouwer uit het land van herkomst (voor België dus een Belg) te betalen. Ook zou het kerkhof met o.a. Belgische slachtoffers opgewaardeerd mogen worden en moet er contact opgenomen worden met nog levende familieleden indien dit nog niet zou gebeurd zijn.

Ten slotte nog een warme oproep aan alle historici, heemkundige kringen, studenten, politici en functionarissen van alle betrokken landen om informatie te delen, samen te werken en dit onderdeel van oorlog meer in de aandacht te brengen en de sites ter plekke toegankelijker te maken voor het grote publiek. Krijgsgevangenkampen mogen niet gemarginaliseerd of verstopt worden en de omvang van de werkkampen maakt nogmaals pijnlijk duidelijk dat hier 75 jaar geleden geweld, onderdrukking, slavernij en misbruik plaatsvonden. Door dit in alle betrokken landen – dus ook in de betrokken tewerkstellingsplaatsen (nu multinationals) – volledig te erkennen, krijgen de slachtoffers aan beide zijden van het front een stem en maken we aan de volgende generaties duidelijk dat oorlog in zijn totaliteit en voor elke individu verschrikkelijk is.

Mijn oprecht dank aan Fabio Gianesi, Ana-Maria Altmann, John Altmann en Horst Scholz voor hun gastvrijheid en het verschaffen van verdere informatie omtrent Stalag 17A en 17B.

Deze blog wordt ten dienste gesteld om extra informatie, fotomateriaal en contactgegevens te delen.

Graag bedank ik ook nog Richardus Tack, Marie-José Scharlaeken, Xavier Van Tilborg, Jonas Roelens, Bram Canniere, Bastiaan Defloo, Pieter Louagie, Jamie Mestdagh, Pieter Baert en iedereen die hieraan zijn steentje heeft bijgedragen.

Laurens Baert

29 juli 2015 (26 jaar) – Torhout

Mijn grootvader was 26 jaar in 1940. Ik moest gelukkig geen 10 maanden blijven.

ALLE ANDERE INFORMATIE IS TE VINDEN OP: https://stalags.wordpress.com/

Advertenties